BZB en Fedafin ondertekenen een gedragscode met Febelfin

Op 12 juli 2017 is een gedragscode afgesloten tussen enerzijds BZB en Fedafin, beiden beroepsverenigingen van zelfstandige bankagenten, en anderzijds Febelfin, de federatie van de Belgische financiële sector.

De gedragscode wordt van toepassing vanaf 1 januari 2018.

Een belangrijk deel van de gedragscode spitst zich toe op de informatie die de banken aan de (aspirant-)bankagent moeten overmaken bij het aangaan van een nieuw agentuurcontract dan wel bij wijziging van een bestaande overeenkomst. Enigszins naar analogie met de wettelijke regeling inzake de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten (zie Wetboek Economisch Recht, Boek X, titel II), wordt een regeling uitgewerkt waardoor aan de bankagent tijdig een ontwerp van de agentuurovereenkomst (of van het amendement eraan) moet worden ter beschikking gesteld en waarbij daarnaast ook nog een bijzondere informatie- en waarschuwingsplicht geldt voor de banken. Dit eerste deel van de gedragscode is, logischerwijze, enkel van toepassing op overeenkomsten die worden aangegaan of gewijzigd na 1 januari 2018.

Een tweede deel van de gedragscode zal, vanaf 1 januari 2018, zowel van toepassing zijn op nieuwe als op lopende agentuurovereenkomsten. De voornaamste afspraken binnen dit tweede deel kunnen als volgt worden samengevat:

  • Indien de agent een rechtspersoon is met meerdere aandeelhouders, zaakvoerders of bestuurders, dan zullen de fouten die aan één van hen toerekenbaar zijn niet meer automatisch aan de overige aandeelhouders, zaakvoerders of bestuurders worden toegerekend.
  • Wanneer bij beëindiging van een agentuurcontract aan de agent een uitwinningsvergoeding verschuldigd is, dan zullen de banken het niet betwiste gedeelte ervan uitbetalen binnen een redelijke termijn en ten laatste binnen de drie maanden nadat overeenstemming is bereikt over dit niet betwiste gedeelte.
  • De banken erkennen het principe dat de beëindiging van een agentuurovereenkomst aanleiding kan geven tot het verschuldigd zijn van een bijkomende schadevergoeding. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan nutteloos geworden investeringen in beveiliging. Wanneer duidelijk wordt dat dergelijke vergoeding verschuldigd is, dan zullen de banken binnen een redelijke termijn overgaan tot betaling ervan.
  • Er worden een aantal afspraken vastgelegd die moeten bijdragen aan de representatieve samenstelling van paritaire overlegorganen en aan de goede werking ervan. Zo zullen zowel de principaal als de agent onder bepaalde voorwaarden beroep kunnen doen op de bijstand van experten.
  • Er wordt voorzien in een informatieplicht voor de principaal in geval van voorziene herstructureringen die binnen een tijdsbestek van één jaar een netto inperking van 15% of meer van het kantorennetwerk als gevolg zullen hebben. Deze informatieplicht strekt zich onder andere uit tot afspraken die gelden voor de berekening van portefeuillevergoedingen of uitwinningsvergoedingen.

De gedragscode gaat uit van het “comply or explain” principe, hetgeen impliceert dat er enkel kan van worden afgeweken indien deze afwijking wordt gemotiveerd met verwijzing naar uitzonderlijke of bijzondere omstandigheden. De gedragscode voorziet daarbij in de oprichting van een evaluatiecommissie die moet toezien op de naleving van de code. Een eerste evaluatie zal uiterlijk één jaar na inwerkingtreding van de code plaatsvinden. Hoewel de evaluatiecommissie zich niet zal inlaten met individuele dossiers, hebben bankagenten er dus wel belang bij eventuele schendingen van de gedragscode door te geven aan BZB of Fedafin.

Meer informatie over de gedragscode is ook terug te vinden op de website van BZB.

Timothy Van de Gehuchte

Advocaat-partner